In 1882 werd begonnen met de aanleg van de Vennbahn en in november 1889 werd de spoorlijn geopend. Tot rond 1920 werd de lijn volop gebruikt, daarna werd het minder, aangezien de spoorlijn niet geschikt was voor de hogere snelheden van modernere treinen en omdat de hele lijn Belgisch grondgebied werd (en nog steeds is) en Lotharingen weer Frans grondgebied was geworden. Ook invoerrechten tussen België en Duitsland maakten het vervoer over de Vennbahn minder aantrekkelijk.

Voormalig station Sourbrodt Op enkele plaatsen langs het traject zijn nog oude stations en seinhuisjes te vinden. Dit is een oude foto van het station van Sourbrodt, dat nu tot appartementen is verbouwd. In sommige voormalige stations zijn doorlopende tentoonstellingen over de Vennbahn en haar geschiedenis te zien. Op diverse locaties langs de route zijn panelen met tekst en historische foto's in relatie tot de Vennbahn. Ook zijn er langs de route nog enkele wagons te zien, zoals bij Leykaul, waar nu een caféetje in zit. Er is niet veel spoorrails meer te vinden, maar hier en daar langs de route herinneren de oude seinpalen je er nog wel aan dat je aan het fietsen bent op een voormalig spoorwegtraject.

De Vennbahn – een bewogen verleden

Tijdens het Duitse keizerrijk vormde de Vennbahn (spoorweg van de Hoge Venen) een vitale verbinding tussen de kolenmijnen rond Aken en de hoogovens in Luxemburg en Lotharingen (vanaf 1871 bij het Duitse Rijk). Het traject van Aachen-Rothe Erde naar Monschau werd in 1885 geopend. Vier jaar later werd de spoorlijn doorgetrokken naar het Luxemburgse Ulflingen (nu Troisvièrges). Het hoofddoel van de Vennbahn was snel en gemakkelijk vervoer van kolen en ijzererts. In de Eerste Wereldoorlog werd het spoor bovendien gebruikt voor het transport van soldaten en goederen naar het front. Na die oorlog werden de Pruisische kantons Eupen en Malmedy en de gehele Vennbahn door het Verdrag van Versailles bij België gevoegd, waardoor de spoorlijn voortaan diverse keren de nieuwe grens tussen België en Duitsland kruiste. Hierdoor ontstonden diverse enclaves van Duits gebied die door de (Belgische) spoorlijn van de rest van Duitsland waren afgesloten. Dit is nog altijd het geval.

Na de Eerste Wereldoorlog nam het belang van het goederenverkeer af. Lotharingen hoorde inmiddels bij Frankrijk, het handelsverkeer tussen Duitsland en België was beperkt en Luxemburg oriënteerde zich inmiddels meer op Frankrijk. In de Tweede Wereldoorlog kreeg de spoorlijn zwaar te lijden tijdens de Slag om de Ardennen en de slag om het Hürtgenwald. Vele bruggen en tunnels werden door het zich terugtrekkende Duitse leger opgeblazen, belangrijke spoorknooppunten zoals St. Vith werden dan weer zwaar gebombardeerd door de Geallieerden.

Toch zouden op sommige deelstukken nog tot in de jaren '80 van de vorige eeuw zo nu en dan goederentreinen rijden. Zo werd de Vennbahn door het Belgische leger gebruikt voor het transport van zwaar materiaal naar de nabijgelegen kazerne en oefenterrein van Elsenborn. Later werd nog geprobeerd om de spoorlijn voor toeristische doeleinden te exploiteren, wat echter geen succes had. In de afgelopen tien jaar werden de spoorrailzen stap voor stap gedemonteerd en vervangen door een grensoverschrijdende fietsroute, de Vennbahn Radweg. Alleen tussen Leykaul en Sourbrodt ligt nog zeven kilometer rails, waar je in de zomer met Railbikes (draisines) over kunt fietsen.